Hieronder staan enkele definities van veelgebruikte begrippen. Klik op een begrip voor een toelichting.

Vroeger vielen weduwen en wezen onder de Algemene Weduwen- en Wezenwet (AWW). Deze is vervangen door de Algemene Nabestaandenwet (Anw). Sommige nabestaanden en wezen kregen in de oude AWW wel een uitkering, maar in de nieuwe Anw niet meer. Het verschil tussen beide uitkeringen wordt een Anw-hiaat genoemd. In het verleden kon je bij het pensioenfonds een Anw-hiaatpensioen verzekeren. Deze is vervangen door het tijdelijk partnerpensioen. Alle deelnemers zijn hiervoor verzekerd. 

De Algemene Ouderdomswet. Op grond hiervan heb je recht op AOW vanaf je AOW-leeftijd (in 2021 67 jaar). Je hebt recht op een volledige AOW als je tussen je 17e en 67ste in Nederland hebt gewoond en/of gewerkt. Is dat niet het geval, dan wordt je AOW-uitkering over het algemeen gekort met 2% voor ieder gemist vol jaar.

De AOW is niet afhankelijk van je inkomen of vermogen, maar van je leefsituatie. Als je getrouwd bent of samenwoont, heb je recht op een AOW-uitkering van 50% van het netto minimumloon. Hebben jij en je partner beiden de AOW-leeftijd bereikt, dan krijg je samen een AOW-uitkering van 100% van het netto minimumloon. 

Als je jaarsalaris hoger is dan het WIA-maximum, ontvang je bij arbeidsongeschiktheid dit aanvullende pensioen. De hoogte van dit pensioen is afhankelijk van de mate van arbeidsongeschiktheid.

Bij premiepensioenregelingen betaalt de werkgever en (in het geval van Hewlett-Packard) jijzelf een (vaste) pensioenpremie. Deze premies worden belegd. De hoogte van het uiteindelijke pensioen is afhankelijk van de hoogte van de premies, het rendement op de beleggingen en de rente op het moment dat je met pensioen gaat. De excedentregelingen (mogelijk van toepassing als je in dienst bent gekomen voor 2010) en de premiepensioenregeling zijn beschikbare-premieregelingen. 

Een maatstaf voor de financiële positie van het pensioenfonds. De dekkingsgraad is de verhouding tussen enerzijds de bezittingen van het fonds (beleggingen) en anderzijds de verplichtingen van het fonds (pensioenverplichtingen). Bij een dekkingsgraad van 100% zijn de bezittingen gelijk aan de verplichtingen. De positie is gezond als het fonds daarnaast ook beschikt over voldoende reserves.

Een jaarlijks door het bestuur van het pensioenfonds vastgesteld bedrag dat van het pensioengevend salaris wordt afgetrokken om de pensioengrondslag te krijgen. De franchise telt niet mee bij de berekening van de pensioenopbouw (in de middelloonregeling) of de premie (in de excedentregeling of de premiepensioenregeling).  

Andere term voor het toekennen van een toeslag op pensioen of het verhogen van het pensioen, om het pensioen waardevast te houden.  

Regeling Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten.

Dit kan zijn: een echtgeno(o)t(e) waarmee je bent getrouwd, een voor de wet geregistreerde partner, of de partner met wie je een wettelijk samenlevingscontract hebt.

Het inkomen dat je standaard vanaf je AOW-leeftijd ontvangt. Maar je kunt je pensioen ook eerder of later laten ingaan.

De uitkering die je partner ontvangt na je overlijden (ook wel nabestaandenpensioen, weduwen- of weduwnaarspensioen genoemd).

De dag dat je stopt met werken en met pensioen gaat.

Personen die uit hoofde van het reglement van het pensioenfonds periodieke uitkeringen ontvangen in de vorm van ouderdoms-, partner-, wezen- of arbeidsongeschiktheidspensioen.

Deze bestaat uit
(a) Jaarsalaris en
(b) Variabel deel On Target Earnings (OTE) indien van toepassing op medewerker.

Ad a) Jaarsalaris:
het vaste bruto jaarsalaris bestaande uit het totaal van 12,96 maal het bruto vaste maandsalaris op 1 januari (d.w.z. 12 maandsalarissen + 8% vakantietoeslag).

Ad b) Variabel deel OTE:
Voor sales medewerkers waarop de Hewlett-Packard Global Sales Compensation Policy van toepassing is, is (voor het eerst in 2014) het in het kalenderjaar uitbetaalde Variabele deel van OTE pensioengevend in het daarop volgende jaar (voor het eerst in 2015) tot maximaal het variabel deel OTE per 1 januari van het volgende kalender jaar.

 

Het deel van het salaris waarover je pensioen opbouwt (pensioengevend salaris minus franchise).

De premie die wordt betaald en gespaard/belegd om een pensioenkapitaal op te bouwen. Dit pensioenkapitaal wordt op het moment dat je met pensioen gaat omgezet in een pensioenuitkering. 

Pensioenfondsen en pensioenregelingen zijn aan wetten en regels onderworpen. Een groot deel van deze wetgeving is vastgelegd in de Pensioenwet (opvolger van de Pensioen- en spaarfondsenwet).

Als je ontslag neemt of krijgt, word je een slaper. Je deelname aan de pensioenregeling wordt stopgezet en je opgebouwde pensioenaanspraken worden premievrij gemaakt. Dit betekent dat er geen premie meer wordt gestort voor de opbouw van pensioen(kapitaal). Je bouwt dus geen pensioen meer op via deze pensioenregeling.  Je kunt je pensioenaanspraken laten overdragen naar je nieuwe werkgever.

Zie indexatie

Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen.

Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering (vervangen door de WIA).

Regeling werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten.

Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (opvolger van de WAO).

Kinderen van de overleden deelnemer (ook stief- en pleegkinderen van de deelnemer).